Woestijn van oude klinkers

In de tijd kleurt het gulden licht

– geen stro breed in de weg gelegd –

om opnieuw te worden verenigd

met een woestijn van oude klinkers

Peilloos in het achterland van de ziel

houdt de koetsier de rede in toom

begeert het zwarte paard de witte droom

die in de schaduw verscholen ligt

Op de kaai stapelt het verbijsterde verdriet

stille woorden voor wat niet werd

blijft het welgevallen welbeschouwd uit

zwart en wit wordt grijs naar verluid